HomeContact

Nieuws en Mededelingen

Psychiaters zien verval jeugd-ggz

7 juni 2017

240 kinderpsychiaters uiten grote zorgen en willen af van het juk van de gemeenten.
Door onze redacteur Ingmar Vriesema Amsterdam (NRC).

Kinderpsychiaters signaleren een teloorgang van hun vak nu het onder gemeentelijke verantwoordelijkheid valt. En kindpatiënten zelf ondervinden van die decentralisatie voortdurend nadelige gevolgen.

Dat zeggen 240 kinder- en jeugdpsychiaters in een deze woensdag te publiceren enquête van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP). De NVvP noemt de respons opvallend hoog: de 240 vormen ongeveer de helft van alle kinder- en jeugdpsychiaters in het land, en eerdere enquêtes van de vereniging de laatste jaren kenden een respons van ruim onder de honderd. Het laat volgens de NVvP zien „hoezeer de kinderpsychiaters ervaren dat hun professie in de kern is geraakt”.

Gevraagd naar knelpunten berichten de psychiaters uitgebreid over de sluiting of inkrimping van kinderpsychiatrische afdelingen van ggz-instellingen, over minder bedden in de opvang voor suïcidale adolescenten, voor kinderen met autisme, met eet- en hechtingsstoornissen, met psychische trauma’s. Op elkaar ingespeelde teams van psychiaters, psychologen en maatschappelijk werkers binnen ggz-instellingen vallen uiteen door ontslagen als gevolg van gemeentelijke bezuinigingen. Wachtlijsten lopen zo op, dat psychiaters op zoek naar een specialistische behandelplek geregeld moeten leuren met kinderen. Die belanden niet zelden in instellingen ver buiten de eigen provincie.

‘Echt rampzalig’

„Nederland krijgt op dit gebied de status van een ontwikkelingsland”, zegt Dirk Vandenberghe, een kinder- en jeugdpsychiater die in Noord-Brabant en Limburg werkt als vrijgevestigde en bij meerdere instellingen. Vandenberghe is 74 jaar, zit sinds 1973 in het vak en heeft tal van hervormingen in zijn medisch specialisme meegemaakt. „Veranderingen horen erbij. Maar dit keer vrees ik echt dat het rampzalig wordt. Vooral voor de kinderen zelf.” Niet alleen de wachtlijsten baren hem zorgen, maar ook de „bemoeienis van de gemeente” met zijn vak. „Ik heb meegemaakt dat een gemeentelijk wijkteam niet instemt met de behandeling van een kind met ADHD, omdat het team vond dat eerst de route moest worden bewandeld van hulp aan het gezin rondom het kind.” Kinder- en jeugdpsychiater Emma van der Meulen: „Er wordt vaak vergeten dat wij te maken hebben met ernstig hersenzieke kinderen. Problemen thuis ontstaan vaak puur door zo’n ziekte. Ik heb geweldige ouders gezien van kinderen met extreme gedragsproblemen.”

Specialisme in de knel

Kinderpsychiatrie kent sinds de decentralisatie een andere status dan andere medisch specialismen, zegt de beroepsgroep. Groot pijnpunt is het feit dat een kind uit gemeente A een minder groot beroep kan doen op psychiatrische zorg dan een kind uit gemeente B, puur vanwege een verschil in lokale budgetten. „Die willekeur is idioot”, zegt kinder- en jeugdpsychiater Renée Arnold. „Het staat haaks op je artseneed. Dat knaagt aan je, als arts. En je bent niet bij machte er iets aan te doen. Het is dé manier om mensen de beroepsgroep uit te jagen.” Zes op de tien kinderpsychiaters zeggen collega’s te kennen die na 2015 zijn gestopt met hun vak, bijvoorbeeld door over te schakelen naar de volwassenenpsychiatrie.

Bijna alle kinderpsychiaters willen af van het juk van gemeenten, bijvoorbeeld via landelijke afspraken. Ruim 54 procent van de beroepsgroep bepleit een terugkeer naar de situatie van vóór 2015, toen de kinderpsychiatrie onder de zorgverzekeraar viel.

Politiek en jeugdhulp pagina 9


Dit artikel is verschenen in het NRC Handelsblad van woensdag 7 juni op pagina 1
https://www.nrc.nl/nieuws/2017/06/07/psychiaters-zien-verval-jeugd-ggz-10957414-a1561957

In het programma Nieuwsuur van woensdag 7 juni kwam dit onderwerp ook ter sprake
http://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2177086-de-kinderen-worden-hier-de-dupe-van.html?title=de-kinderen-worden-hier-de-dupe-van

31 maart 2017

ROM discussie nog niet beëindigd

De ROM blijft de gemoederen bezighouden. Over de zin van het gebruik van de ROM in de behandelkamer voor het monitoren van de effecten van behandeling en het gesprek met cliënten zijn professionals, clientorganisaties, instellingen en verzekeraars het in grote lijnen eens. Maar of deze data ook verzameld en verwerkt mogen worden, daarover verschillen de meningen. Vooral de privacy voor cliënten en het oneigenlijk gebruik voor zorginkoop zijn onderwerp van gesprek. Nieuwste ontwikkeling is dat de minister naar aanleiding van Kamervragen momenteel beziet of ‘nadere wetgeving nodig is voor een wettelijke grondslag. De patientenorganisaties ontwikkelen intussen eigen initiatieven om meer transparantie in de ggz te bereiken. Het NIP en P3NL spraken zich eerder uit om de ROM te blijven gebruiken en door te ontwikkelen. Doelen daarbij zijn goed gevalideerde vragenlijsten, waarborgen van de privacy van cliënten, goede feedbackinformatie voor in de behandeling en verbetering van de kwaliteit van zorg en transparantie naar cliënten en financiers. We gaan graag met de leden het gesprek aan hoe deze doelen dichterbij te brengen zijn.

Wegnemen van onduidelijkheid
De huidige situatie leidt tot nogal wat vragen van professionals in de ggz: Wat moet er nu wel of niet aan ROM gegevens aangeleverd worden en onder welke voorwaarden. Zijn de contractuele afspraken hierover nog steeds van toepassing. Het NIP en P3NL willen hier zo snel mogelijk antwoord op krijgen en gaan daarvoor het gesprek aan met VWS en andere stakeholders. Wij houden u op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen. De minister heeft inmiddels ook een signaal afgegeven:" Ik roep de sector op blijvend in te zetten op doorontwikkeling en verbetering van de huidige systematiek.” Zie ook: https://www.medischcontact.nl/arts-in-spe/nieuws/ais-artikel/schippers-geen-alternatief-voor-rom.htm


23 november 2017

Reactie op internetconsultatie wijzigingsbesluit meldcode

De beroepsverenigingen NVO, NIP, VKJP, NVRG, NVP, NVGzP, VPeP, BPSW, VGCt, VEN en P3NL reageerden op 23 november 2016 gezamenlijk op de internetconsultatie van de wijziging van het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Met deze wijziging wordt als verplicht element in de meldcode een afwegingskader opgenomen op basis waarvan professionals het risico op en de aard en ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling wegen. Cruciaal in deze wijziging is ook dat in het besluit wordt ingevoegd dat de melding altijd gedaan wordt indien de toepassing van het afwegingskader leidt tot de conclusie dat het gaat of zou kunnen gaan om ernstig huiselijk geweld of ernstige kindermishandeling. Dit betekent dus dat er ook gemeld moet worden als er sprake is van een vrijwillig hulptraject. Als beroepsverenigingen hebben we hier opnieuw kritisch en met zorgen op gereageerd, maar ook aangegeven graag mee te werken aan het op te stellen afwegingskader.

De voorgestelde wijziging realiseert een belangrijk onderdeel van het advies ‘aanscherping en verbetering meldcode en werkwijze Veilig Thuis’ dat de staatssecretaris op 4 oktober naar de Kamer stuurde. Dit advies heeft tot doel om te komen tot een systematische manier van werken aan de veiligheid van kwetsbare mensen in huiselijke kring. Begin oktober 2016 reageerden we als beroepsverenigingen al gezamenlijk op dit advies.

We blijven als beroepsverenigingen twijfels houden over de effectiviteit van de voorgestelde meldplicht en grote zorgen over de negatieve effecten die deze kan hebben op de vertrouwensrelatie en de bereidheid hulp te zoeken. We vragen ons ten sterkste af of de meldplicht voor het beoogde effect gaat zorgen. Mocht toch besloten worden tot deze wijziging van het Besluit, dan zal de professional daarover in ieder geval voorafgaand en tijdens het hulptraject in alle openheid met cliënten moeten spreken. Het borgen van de vertrouwensrelatie valt, ook in ernstige gevallen, onder de professionele verantwoordelijkheid van professionals. Zij zijn daarop aan te spreken op grond van hun beroepscodes. Hiervoor hebben wij aandacht gevraagd.

Lees hier de reactie op de internetconsultatie.

 

11 oktober 2016

Beroepsverenigingen: zorgen over advies aanscherping meldcode

In een brief aan staatssecretaris Van Rijn (VWS) laten NVO, NIP, NVGzP, VGCt, VKJP,
VPeP (voorheen: VCgP), BPSW, V&VN en P3NL weten bezwaren te hebben tegen de meldplicht die onderdeel is van het advies over het aanscherpen van de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld.

De staatssecretaris onderschrijft in de 8e Voortgangsrapportage geweld in afhankelijkheidsrelaties het advies van de heer Sprokkereef over het verplicht melden van ernstige signalen door professionals bij Veilig Thuis. Op die manier moeten de Veilig Thuis organisaties hun verbindende en coördinerende rol beter kunnen vervullen, de zogenaamde ‘radarfunctie’. In een veldnorm – op te stellen door de beroepsgroepen – kunnen criteria worden bepaald, zodat helder wordt wanneer bij Veilig Thuis moeten worden gemeld.

Als gezamenlijke beroepsverenigingen zien we in dit verplicht melden ernstige risico’s, onder andere het feit dat een hulpverlener verplicht persoonsgegevens moet aanleveren als hij kindermishandeling niet kan uitsluiten. Dit kan een cliënt ervan weerhouden hulp te zoeken of een al bestaande hulpverleningsrelatie schaden.

Met dit advies dreigt de aandacht te verschuiven naar melden en signaleren in plaats van handelen. En met alleen melden los je het probleem niet op. Naar het oordeel van de beroepsverenigingen is de meldcode zelf niet vrijblijvend, maar kan de beoogde veldnorm een belangrijke bijdrage leveren aan een minder vrijblijvend gebruik van de meldcode door professionals. Wij hebben aangegeven als gezamenlijke beroepsverenigingen graag mee te werken aan het opstellen van een veldnorm.

Daarnaast hebben we aandacht gevraagd voor het blijvend kunnen gebruiken van de ruimte voor het vragen van advies op basis van geanonimiseerde gegevens in stap 2 en blijvend inzet op deskundigheidsbevordering, scholing en training van professionals. Dit laatste was ook één van de speerpunten in het advies van de heer Sprokkereef.

De brief is tevens cc gestuurd naar de Tweede Kamer commissie VWS als input voor het debat kindermishandeling/geweld in afhankelijkheidsrelaties op woensdag 12 oktober (14.00-17.00u).

Lees de brief hier.

 

25 november 2015
Aanmelden Kwaliteitsregister Jeugd
Vanaf 1 januari 2016 moeten alle psychologen en orthopedagogen werkzaam in de jeugdhulp of jeugdbescherming beschikken over een registratie in het Kwaliteitsregister Jeugd (of het BIG-register). Degenen die niet BIG-geregistreerd zijn en nog niet opgenomen zijn in het Kwaliteitsregister Jeugd, moeten zich vóór 1 januari 2016 aanmelden bij het Kwaliteitsregister Jeugd voor registratie als Kinder- en Jeugdpsycholoog SKJ.

Over de noodzaak van het registeren is een uitgebreide brochure opgesteld.

Alle informatie over het Kwaliteitsregister Jeugd leest u op de website van de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd.


18 november 2015
Patiëntenvoorlichting zorgverzekeringen
De overstaptijd voor de zorgverzekeringen is weer aangebroken.  Daarom heeft P3NL een patiëntenflyer gemaakt  over het belang van de keuze van een goede zorgverzekering. U kunt de flyer gebruiken voor de wachtkamer en verspreiding onder uw patiënten.
Lees verder


27 oktober 2015
Beroepsverenigingen: ernstige bedenkingen bij meldplicht kindermishandeling
Lees verder

6 mei 2015
Samenwerkende beroepsorganisaties in het jeugdveld onderschrijven manifest Medenzeggenschap Jeugd
Lees verder


14 april 2015
oprichting federatie psychologie-, psychotherapie- en pedagogieverenigingen
Lees verder


24 september 2014
Advertentie en brief aan kamercommissie  

Op 24 september 2014 verscheen in de landelijke dagbladen een advertentie waarin een aantal partijen in de zorg voor jeugd hun bezorgheid uiten over de voorbereiding door de gemeenten op de nieuwe jeugdwet. De VKJP heeft deze advertentie mede mogelijk gemaakt. Daarnaast is de VKJP mede-ondertekenaar van een brief gericht aan de leden van de vaste kamercommissie.

18 maart 2014
Brief aan kamercommissie over inkoopmodel jeugd-GGZ
De beroepsverenigingen van psychologen, pedagogen en psychotherapeuten (NIP, NVP, NVO, NVVP en LVE) hebben een gezamenlijke brief gestuurd naar de vaste kamercommissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het model inkoop jeugd-GGZ. Klik hier voor de tekst van de brief.


18 februari 2014
Eerste kamer stemt in met nieuwe Jeugdwet
Het wetsvoorstel Jeugdwet is op 11 februari 2014 besproken in de Eerste Kamer. Ook is die dag de petitie aangeboden aan de Eerste Kamer. Ondanks de protesten heeft de Eerste Kamer op 18 februari 2014 ingestemd met de nieuwe jeugdwet. 45 senatoren stemden voor het wetsvoorstel en 22 senatoren steunden het wetsvoorstel niet.

Transitieplan Jeugd, Gezamenlijk plan van Rijk, VNG en IPO
Klik op de link voor het totale plan: http://www.vng.nl/files/vng/20130502_transitieplan_jeugd.d


GGZ-partijen en zorgverzekeraars bieden Tweede Kamer petitie aan over jeugd-GGZ

Op vrijdag 9 oktober jl. hebben vertegenwoordigers uit de zorg een petitie aangeboden aan de Tweede Kamer, waarin ze zich uitspreken tegen de overheveling van de zorg van kinderen met een psychische aandoening (jeugd-ggz) naar de gemeenten. Deze voorgenomen overheveling is onderdeel van de nieuwe jeugdwet die de Tweede Kamer vandaag bespreekt.

De petitie is aangeboden door Menno Oosterhoff, kinder- en jeugdpsychiater, en Angelique Bergsma, een bezorgde ouder, namens de groep petitiejeugdggz, een collectief van vertegenwoordigers van patiënten, ouders en professionals, in aanwezigheid van GGZ Nederland, Zorgverzekeraars Nederland, het Landelijk Platform GGz, de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, de Landelijke Vereniging Georganiseerde eerste lijn, de NVVP, de LVE en de Vereniging voor Kinder- en Jeugdpsychotherapie. 


Het wetsvoorstel voor de Jeugdwet aangeboden aan de Tweede Kamer op 27 juni 2013

Klik hier voor:
Nader Rapport Jeugdwet
Jeugdwet Memorie van Toelichting
Jeugdwet Wettekst


Factsheet Jeugd GGZ

Factsheet Jeugd GGZ m.b.t. nieuwe jeugdwet, afkomstig van Nederlands Jeugdinstituut.