Verrast en voorzichtig hoopvol, zo reageerde het bestuur van de Vereniging voor Kinder- en Jeugdpsychotherapie (VKJP) op het gedeeltelijk terugdraaien van de decentralisatie in de specialistische jeugdhulp. “Over de uitwerking en met name de financiering en zeggenschap zijn vooral nog veel vragen. Want het is nog altijd: wie betaalt, bepaalt”, reageert Frank Praat, bestuurslid van de VKJP en lid van de Commissie Jeugd bij P3NL waarin psychotherapeuten-, psychologen- en pedagogenorganisaties samenwerken.

Frank Praat (VKJP-bestuur en P3NL): wie financiert de bovenregionale samenwerking?Na deze ingreep van de minister lijkt voor zelfstandigen de kans op eerlijke tarieven en om niet meer te worden beschouwd als ‘veredelde opvoedingshulp’ er groter op geworden. “Maar vergeet niet dat ook de grotere organisaties, ggz-instellingen die vaak grote regio’s bedienen en samenwerken met universiteiten, diep hebben geïnvesteerd als gevolg van de decentralisatie", zegt Praat. “Ik ken voorbeelden van instellingen die hun financiële administratie met zes mensen hebben uitgebreid om de rompslomp rond facturatie aan gemeenten te kunnen bolwerken. Die zitten met een kostenpost waarvoor de kamerbrief geen oplossing biedt.”

Financiering
“Hetzelfde geldt voor de financiering voor jeugdpsychotherapie en andere geestelijke gezondheidszorg voor jonge mensen bij deze instellingen: als dat naar een zogenoemd bovenregionaal niveau wordt getild, wie betaalt het dan? Gaat het terug naar de zorgverzekeraars, of krijgt de gemeente nog steeds de factuur? Dat heeft ook consequenties voor de zeggenschap over deze zorg. Want het is nog altijd: wie betaalt, bepaalt”, zo betoogt de VKJP-bestuurswoordvoerder. De VKJP verwacht “als vanzelfsprekend” dat de ggz-instellingen die kinderpsychotherapie aanbieden, net als de vrijgevestigde psychotherapeuten onder de nieuwe ‘bovenregionale samenwerking’ zullen vallen, en niet meer onder de gemeenten.

Zelfstandigen
Bestuursleden van de VKJP met een eigen praktijk hebben de gevolgen van de decentralisatie aan den lijve ondervonden. Sinds de ‘transitie’ op gang kwam voelen ze zich net als veel zelfstandige VKJP-collega’s “murw en lamgeslagen”, bijvoorbeeld door de moeizame relatie met gemeenten, het ontbreken van de juiste deskundigheid bij gemeenten, slechte en zeer late betaling, en extreme administratieve druk.

Ondergeschoven kindje
Ingeborg Zweers (VKJP-bestuur) pleit allang voor meer deskundigheid bij de voordeur.“Gelukkig heb ik wel een goed contact met de gemeente, maar het is de deskundigheid die ontbreekt op het terrein van de jeugd-ggz. Daardoor zijn ze niet in staat om goed te verwijzen”, zegt VKJP-bestuurslid Ingeborg Zweers-Meester, kinderpsychotherapeut in Dalfsen. “Ik pleit al vanaf het begin van de transitie voor veel meer deskundigheid bij de voordeur, maar daarop bezuinigen ze juist. In de teams is veel te weinig kennis over psychische problematiek. Ze zijn te veel gericht op opvoeding en de jeugd-ggz is dus een ondergeschoven kindje, terwijl het daar vaak om de ernstigere gevallen gaat”, aldus Zweers. Ook herkent ze de druk van administratieve rompslomp en van het korten op tarieven. Zweers: “De grote instellingen worden vooral gehoord en de vrijgevestigden worden vergeten. Ze gaan eraan onderdoor: risico’s komen in de nieuwe plannen voornamelijk bij de zorgaanbieders te liggen omdat gemeenten de risico’s niet aankunnen. Dat is niet te doen. Je ziet met lede ogen aan, hoe goede mensen de jeugd-ggz verlaten.”
Het bestuur blaakt na de brief van de minister nog niet van hernieuwd vertrouwen en wacht nog even af hoe de maatregelen concreet zullen uitpakken. Vooral de vraag welke jeugdhulp in welke mate opnieuw wordt gecentraliseerd zal bepalend zijn voor de nabije toekomst van ggz-instellingen en psychotherapiepraktijken. Frank Praat kondigt aan dat ook de Commissie Jeugd bij de federatie P3NL zich sterk zal maken voor de belangen van de specialistische jeugdhulp tijdens het ontrafelen van de decentralisatie. P3NL vertegenwoordigt 36.000 leden van organisaties van psychotherapeuten, psychologen en pedagogen, waaronder de VKJP.

Psychotherapie centraliseren
“Het is van groot belang voor jonge patiënten dat kinder- en jeugdpsychotherapeuten bij deze nieuwe centralisatieslag serieus genomen worden en onder de ‘bovenregionale samenwerking’ gaan ressorteren, niet onder de eenvoudige zorg – zoals de opvoedingshulp – die lokaal blijft. Het gaat hier immers om de behandeling van kinderen en gezinnen met ernstige psychische problemen. Dat geldt zowel voor de grotere ggz-instellingen als voor de vrijgevestigden”, aldus het bestuur van de VKJP.
Wat betreft de tarieven, vergoedingen en andere voorwaarden bij de inkoop van psychotherapie voor kinderen en gezinnen, staat de vlag er wellicht ook iets florissanter bij. Veel ggz-instellingen werden op kosten gejaagd en psychotherapiepraktijken raakten zelfs in de financiële problemen na de stelselwijziging, en worstelen met extreme administratieve druk. De decentralisatie zou een positieve invloed moeten hebben op de administratieve kosten van instellingen en op (het herstel) van de tarieven van vrijgevestigden. En wellicht kan de sluiting van steeds meer kinder- en jeugdpsychotherapiepraktijken een halt worden toegeroepen.

Gewaarschuwd
De VKJP heeft vooraf gewaarschuwd dat de decentralisatie zou leiden tot grote schade in de psychische zorg voor kinderen. Het bestuur verklaarde in 2013: "Als de regering kinder- en jeugdpsychotherapie bij de gemeenten onderbrengt, is dat in veel opzichten een groot verlies. In de eerste plaats omdat het recht op zorg verloren gaat. Kinderen met psychische problemen zullen onmiddellijk de dupe zijn. In samenwerking met verwante organisaties doen wij daarom onze uiterste best om deze transitie te voorkomen."

De VKJP bracht in mei 2013 het ‘Cahier Noir’ uit, een toolkit voor kinder- en jeugdpsychotherapeuten, om te redden wat er te redden viel in de relatie met gemeenten. Intussen werd een campagne uitgerold, getiteld “Houd psychotherapie toegankelijk voor ieder kind”, waarbij de communicatie vooral gericht was op gemeenten. Ook waren er wachtkameraffiches.

Lees ook ‘De jeugd-ggz na de Jeugdwet’.

Bekijk het Cahier Noir uit 2013.

 

Reactie door: Marijke Feijtel

Berichten in de media gingen over ‘eetproblematiek bovenregionaal’, waarbij ik me bezorgd afvroeg of er straks per diagnose andere financiering-en verantwoordingsstromen zouden komen (van de regen in de drup).
Ik pleit er ernstig voor om de jeugdpsychiatrie, net als de volwassen psychiatrie gewoon onder de ziektekostenverzekering onder te brengen zodat er ook geen ceisuur is op 18 jaar (heel gedoe met gemeenten), de privacy gewaarborgd is onder de wgbo, BIG registraties een kwaliteitskeurmerk blijven en we een eenduidig stelsel hebben waarbij psychiatrische hulp ook binnen de jeugdzorg gegeven kan worden maar apart gefinancierd wordt.
met vriendelijke groet,
Marijke Feijtel