“Sommige leiders vertonen een hoge mate van narcisme. Is er een verband tussen narcismeniveaus en leiderschap in de kindertijd? Voor zover wij weten, hebben we de eerste studie uitgevoerd naar de relatie tussen narcismeniveaus en verschillende aspecten van leiderschap bij kinderen (N = 332, leeftijd 7–14 jaar). We beoordeelden de narcismeniveaus met behulp van de Childhood Narcissism Scale en beoordeelden de opkomst van leiderschap in klaslokalen met behulp van peer-nominaties. Kinderen voerden vervolgens een groepstaak uit waarbij een willekeurig kind als leider werd aangewezen. We beoordeelden het waargenomen en feitelijke leiderschap. Kinderen met hogere narcismeniveaus kwamen vaker naar voren als leiders in klaslokalen. Wanneer ze een leidende rol kregen bij de taak, zagen kinderen met hogere narcismeniveaus zichzelf als betere leiders, maar hun feitelijke leiderschapsfunctioneren verschilde niet significant van dat van andere leiders. Analyse van specificatiecurves bevestigde deze bevindingen. Dus kinderen met relatief hoge narcismeniveaus hebben de neiging om als leiders naar voren te komen, ook al blinken ze misschien niet uit als leiders.”
Aldus de samenvatting van de studie Narcissism and Leadership in Children van Eddie Brummelman en collega’s (februari 2021), onderzoekers aan de Universiteit van Amsterdam met een impliciete maar niet te missen knipoog naar de vertrokken Amerikaanse president.

Lees het volledige onderzoek hier: https://doi.org/10.1177%2F0956797620965536