Opgroeien met aandacht Mindfulness in de levensloop van gezinnen Susan Bögels en Anne Speckens Mindfulness wordt gedefinieerd als de aandacht op een bepaalde manier richten: bewust, in dit moment, en zonder oordeel. Hierdoor word je je meer bewust van lichamelijke sensaties, emoties, gedachten, en actieneigingen die optreden. Je gaat de samenhang hiertussen zien. Van dit soort automatische patronen zijn we ons meestal niet zo bewust. Op het moment dat je dit wel doorkrijgt, kun je ook onderzoeken hoe behulpzaam die automatische reactie eigenlijk is, en of je misschien ook op een andere manier kunt reageren. Meestal resulteert dit in een betere zelfzorg, en meer mildheid en compassie naar jezelf en anderen.
In mindfulnesstrainingen maken deelnemers kennis met mindfulnessvaardigheden en worden ze in staat gesteld om deze te ontwikkelen. In de klinische praktijk worden Mindfulness-Based Stress Reductie (MBSR) en Mindfulness-Based Cognitieve Therapie (MBCT) het meest toegepast. MBSR werd ontwikkeld door Jon Kabat-Zinn in de zeventiger jaren van de vorige eeuw (Kabat-Zinn, 2000) en wordt vooral aangeboden aan de algemene populatie. Op basis daarvan ontwikkelden Segal, Williams en Teasdale (2013) de MBCT, die ook elementen van de cognitieve therapie bevat en vooral plaats vinden in klinische settings. Beide trainingen worden in groepen gegeven en bestaan uit acht wekelijkse bijeenkomsten van 2,5 uur en een stiltedag. Deelnemers wordt gevraagd om thuis dagelijks te oefenen met de aangeboden aandachtsoefeningen.
In een recente meta-analyse van 44 eerdere meta-analyses werd de empirische evidentie van Mindfulness-Based Interventies (MBIs) op een rijtje gezet (Goldberg et al., 2022). In deze meta-analyse werden 336 gerandomiseerde studies geïncludeerd met in totaal 30.483 deelnemers. MBIs bleken te zijn onderzocht bij een verscheidenheid aan problemen: angst, depressie, eetstoornissen, verslaving, pijn, kanker en andere lichamelijke aandoeningen. Ook werden er verschillende uitkomstmaten gebruikt, zowel psychische als lichamelijke klachten, maar ook mindfulnessvaardigheden en welbevinden. De effectsizes van de MBIs waren rond de 0.5, wat een gemiddeld effect vertegenwoordigt, en bleven op de langere termijn bestaan.
MBIs worden het meest bij volwassenen toegepast. De toepassing in de context van ouderschap en bij kinderen en jongeren is zeldzamer en van jonger datum. Vandaar dat we blij zijn dat dit themanummer specifiek is gewijd aan deze doelgroep. Er worden in deze aflevering verschillende mindfulnesstrainingen besproken die speciaal ontwikkeld zijn voor deze doelgroep: ouders en aankomende ouders, kinderen van alle leeftijden, en leerkrachten. Veelal bleef de vorm van een groepstraining van acht weken bewaard. In de verschillende artikelen wordt ingegaan op de levensfase van het gezin, wordt een beeld gegeven van hoe de interventie eruitziet, hoe de effecten van de interventie gemeten worden, en wat we weten uit wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van de interventie voor deze levensfase.

In het eerste artikel geeft Susan Bögels inzicht in de theorie en het programma van de Mindful Parenting-training voor ouders van kinderen van alle leeftijden. Ze beschrijft het onderzoek van haar eigen onderzoeksgroep in zowel klinische (ouders van kinderen verwezen met psychopathologie) als preventieve (ouders met stress en opvoedingsvragen) settingen, alsook het internationale onderzoek naar Mindful Parenting, in de context van mentale problemen, chronisch somatische problemen, en in preventieve contexten. Het gaat daarbij om de effecten van deze interventie op het welzijn van en de opvoeding door de ouders, op de kinderen, en op het hele gezin.
Katarzyna I. Veringa, zelf vroedvrouw, bespreekt in het tweede artikel mindfulnesstraining in de allereerste fase van het ouderschap, namelijk tijdens de zwangerschap en als voorbe reiding op de bevalling. Na de theoretische rationale en het programma, rapporteert ze de resultaten van haar eigen Randomized Controlled Trial (RCT) naar Mindfulness-Based Child Birthing and Parenting (MBCP) bij angstige zwangeren en hun partners, op het welbevinden van de ouders, de bevalling, en de baby, en het internationale onderzoek naar deze methode.
Eva Potharst ontwikkelde de Mindful met je baby of peuter-training voor ouders van baby’s en peuters met regulatieproblemen, zoals eten, huilen, of slapen, en/of ouders met ouderlijke stress, psychopathologie, of die problemen tijdens zwangerschap en bevalling hebben gehad. De baby’s of peuters zijn bij een aantal groepsbijeenkomsten aanwezig, waardoor de ouders op dat moment kunnen oefenen met het richten van de aandacht op zichzelf en hun kind. Potharst bespreekt de resultaten van de verschillende studies die zij en haar onderzoeksteam hebben gedaan op het welzijn van ouder en kind, en op de opvoeding.
Lisette Janssen-de Ruijter en collega’s richten zich op mindfulnesstraining voor het jonge kind (vier tot zeven jaar). Het gaat om kinderen met mentale problemen zoals Tijdschrift voor Kinder- en Jeugdpsychotherapie, 2026, 53(1) - 6 (symptomen van) autisme of ADHD. Op basis van de MYmind-training, een mindful nesstraining voor kinderen en jongeren met ADHD of autisme en hun ouders, ontwik kelden zij de MiniMind-training voor deze jonge doelgroep en deden bij ggz-instelling Karakter een eerste pilot naar de effecten. De ouders hadden reeds een mindfulness training gevolgd. De auteurs plaatsen hun interventie ook in de bredere context van onderzoek naar mindfulness voor de doelgroep van het jonge kind.
Imke Hanssen et al. geven ons in hun artikel een inkijkje in de mogelijke waarde van mindfulness in het basisonderwijs. Het geeft een overzicht van het onderzoek dat de basis vormde voor het proefschrift van Bernadette Lensen, zelf ruim dertig jaar werkzaam geweest in het lager onderwijs, waarvan vijftien jaar als directeur van een grote basisschool in één van de kwetsbaarste wijken in Rotterdam. In het artikel wordt verslag gedaan van een RCT naar het effect van Mindfulness-Based Stress Reductie voor leerkrachten binnen het lager onderwijs, en de mogelijke moderatoren en mediatoren van het effect. Maar de nadruk ligt op het rapporteren van de bevindingen van de kwalitatieve interviews die gehouden werden onder de leerkrachten. In die interviews werd niet alleen gevraagd naar het ervaren effect op het welbevinden van de leerkrachten zelf, maar ook op hun professionele vaardigheden en het klassenklimaat.
Marbella Pérez-Peña en haar collega’s schreven een overzicht van wat mindfulness kan betekenen voor adolescenten. Zij hebben recentelijk een cluster gerandomiseerde trial uitgevoerd naar de effectiviteit van een mindfulnesstraining die op scholen gegeven werd aan adolescenten van vijftien tot achttien jaar oud. Deze interventie, op de manier waarop die werd aangeboden, bleek niet effectief. In het artikel wordt uitgebreid ingegaan op zowel de neurobiologische als psychologische ontwikkeling van adolescenten en op de effectiviteit van de studies naar MBIs bij deze leeftijdscategorie. De auteurs bieden ook praktische adviezen voor de implementatie van MBIs voor adolescenten in de schoolom geving.
Ten slotte schreven Rosa Visser en haar collega’s een artikel over het aanbieden van MBIs aan jongeren en jongvolwassenen. Gegeven de huidige trend van toegenomen psychische klachten onder deze leeftijdsgroep is dit een belangrijk onderwerp. Het onderzoeksteam is momenteel nog bezig met het completeren van een grote RCT naar het aanbieden van mindfulnesstraining aan jongeren met een hoog risico op het ontwikkelen van psychische stoornissen: jongeren met internaliserende problemen die hier zelf hulp voor zoeken bij huisarts, studentenpsycholoog of andere hulpverlener. De resultaten van deze trial zijn nog niet beschikbaar, maar de auteurs geven een helder overzicht van de rationale en mogelijke waarde van MBIs voor deze populatie. Onderzoeksbevindingen uit andere studies komen aan de orde, gecategoriseerd naar de aard van de psychische klachten: depressie, angst, ADHD, autisme en PTSS. Ook wordt belicht wat de verschillen zijn tussen het aanbieden van mindfulness in de educatieve dan wel klinische context.

REFERENTIES Goldberg, S. B., Riordan, K. M., Sun, S., & Davidson, R. J. (2022). The empirical status of mindfulness based interventions: A systematic review of 44 meta-analyses of randomized controlled trials. Perspectives on Psychological Science, 17(1), 108-130. Kabat-Zinn, J. (2000). Handboek meditatief ontspannen. Uitgeverij Altamira. Segal, Z., Williams, M. & Teasdale, J. (2013). Mindfulness en cognitieve therapie bij depressie. Uitgeverij Nieuwezijds.