Kind

Dit is mijn laatste voorwoord als hoofdredacteur.
Afscheid nemen nodigt uit tot terugkijken, maar dat kan alleen als je ‘het nu’ doorleeft. En dat brengt mij bij het thema van deze aflevering: mindfulness in de levensloop van gezinnen. Mindfulness wordt vaak verstaan als vertragen, stil worden, aandachtig aanwezig zijn bij wat er is. Dat is waar – en tegelijkertijd slechts een deel van het verhaal. Aandacht is geen eindpunt, maar een begin. Het opent de mogelijkheid tot iets anders: waarnemen, het bieden van een passende respons en het begrijpen van wat er speelt. In ons werk met kinderen en ouders zien we dagelijks hoe essentieel dat is.
Eerst in het waarnemen: het werkelijk opmerken van wat zich afspeelt – door observatie van uitingen in spel, (lichaams)taal, emoties en gedrag en de wijze van contact maken. Niet gekleurd door onmiddellijke interpretaties, maar gedragen door een open, ontvanke lijke, nieuwsgierige houding. Dat vraagt oefening. Het vraagt dat we onze eigen neiging tot invullen, verklaren of oplossen even on hold zetten.
Maar waarnemen alleen is niet genoeg. Het kind vraagt iets van ons. Ouders vragen iets van ons. Er zijn wezenlijke zorgen, waarop gereageerd moet worden. Responsiviteit, het vermogen om af te stemmen en passend te handelen, vormt de tweede beweging. Niet reactief, maar geworteld in aanwezigheid.
En dan is er begrijpen. Begrijpen vraagt om het zien van samenhang, om het dragen van complexiteit, en om het toelaten van meer dan één waarheid tegelijk. Wat betekent dit geheel aan uitingen voor de ontwikkeling van dit kind, in deze context, met deze ouders?

Mindfulness vraagt niet zozeer om vertraging, maar om de tijd te nemen die nodig is om het proces van waarnemen-reageren-begrijpen te kunnen doen. In de huidige wereld waar snelle, vluchtige en versnipperde aandacht steeds meer vanzelfsprekend lijkt te worden, krijgt mindfulness bijna de status van een antidotum. In de boeddhistische psychologie is aandacht in de context tot mindfulness nooit neutraal. Metta, ‘kindness’ in het Engels (wellicht een betere vertaling dan ‘vriendelijkheid’ in het Nederlands), is onlosmakelijk verbonden met aandacht. Het is waarschijnlijk toeval hoe dicht dat woord ligt bij ons Nederlandse woord ‘kind’. In elk geval is het een heel mooie ‘reminder’ om te allen tijde met vriendelijkheid naar kinderen te kijken. Want zonder vriendelijkheid kan aandacht scherp, oordelend of zelfs bedreigend worden. Juist vriendelijkheid maakt dat we kunnen blijven kijken, kunnen blijven afstemmen, en dat ontwikkeling mogelijk wordt. Precies wat kinderen van wie de ontwikkeling onder druk staat, nodig hebben.

In de jaren dat ik het Tijdschrift voor Kinder- en Jeugdpsychotherapie heb mogen meedragen, is mijn waardering voor het boeddhistische gedachtegoed met mindfulness als rode draad alleen maar verdiept. Immers; waarnemen, reageren en begrijpen – gedragen door aandacht én vriendelijkheid – vormen misschien wel de kern van ons vak. In een tijd waarin aandacht een valuta is geworden, vraagt ons werk iets anders: een toegewijde, aandachtige blik. Priceless. Niet als techniek, maar als manier van aanwezig zijn. Een manier die ruimte maakt – voor het kind, voor de ouder, en ook voor onszelf. Misschien is dat wel de sleutel tot ontwikkeling: dat er iemand is die je ziet, je begrijpt en met aandacht naast je staat, en die je helpt daar waar nodig. Ik neem afscheid, maar hoop dat deze beweging blijft – in ons werk, in de maatschappij; in daar waar we elkaar ontmoeten.

Tot slot wil ik mijn dank uitspreken voor de ruimte die ik de afgelopen jaren heb gekregen om als hoofdredacteur bij te dragen aan dit tijdschrift. Dank aan het bestuur en de directie van de Vereniging voor Kinder- en Jeugdpsychotherapie, aan mijn deskundige en betrokken redactieleden, uitgeverij Boom, en uiteraard aan u als lezer. Het was een voorrecht om deel uit te maken van dit geheel.

Het ga jullie goed.

Martine van Dongen-Boomsma
hoofdredacteur