Persoonlijkheidsstoornissen worden in de DSM-IV gedefinieerd door een diepgaand patroon van denken, handelen en voelen, dat star en stabiel over de tijd is. Hoewel uit onderzoek blijkt dat persoonlijkheidskenmerken onder het 18e levensjaar, evenals bij volwassenen, minder stabiel zijn dan vroeger werd aangenomen (Schuppert e.a., 2011) kan volgens de meeste auteurs een valide diagnose worden gesteld (Johnson e.a., 2006).
Het criterium voor een persoonlijkheidsstoornis is dat de symptomen inflexibel, niet aangepast en chronisch zijn en subjectief lijden en/of significant disfunctioneren veroorzaken, ongeacht de leeftijd. De symptomatologie moet dusdanig erg zijn dat gedurende minstens een jaar de daaruit voortvloeiende gedragingen aanhoudend inwerken op het dagelijks functioneren. Daarnaast kunnen de symptomen niet verklaard worden vanuit de ontwikkelingsfase of vanuit een as 1 stoornis.

Persoonlijkheidsstoornissen uiten zich bij kinderen en jongeren tot op zekere hoogte anders dan bij volwassenen. Dezelfde onderliggende symptomen kunnen zich door de ontwikkeling heen op andere, leeftijdsgebonden, wijzen manifesteren (Crick e.a., 2007; Kernberg e.a., 2000).
Hoewel de DSM-IV-TR terughoudendheid adviseert in het stellen van de classificatie persoonlijkheidsstoornis bij kinderen en jeugdigen, is er na zorgvuldig diagnostisch onderzoek geen reden om hiervan af te zien. Door ruimte te bieden aan de diagnose persoonlijkheidsstoornis op jonge leeftijd is er niet alleen erkenning voor het lijden van de patiënt en diens familie of omgeving, maar komen er ook bewezen effectieve behandelingen in het vizier. 
Daarentegen zal in de nieuwe DSM 5 waarschijnlijk meer dan tot op heden een dimensioneel ontwikkelingsperspectief op persoonlijkheidspathologie aanwezig zijn (Livesley, 2001, Tromp, 2010, www.dsm5.org). Zo gaat het onderscheid tussen as 1 en as 2 verdwijnen en is er meer ruimte voor gradueel beoordelen van persoonlijke eigenschappen. Gevalideerde vragenlijsten zijn daarvoor in toenemende mate voor handen.
In het onderstaande wordt specifiek ingegaan op de Borderline Persoonlijkheidsstoornis (afgekort: BPS) die zich vaak in de adolescentiefase manifesteert. Momenteel is er veel aandacht voor de BPS sinds de ontwikkeling van effectieve therapieën waar men voorheen vaak machteloos stond bij een verontrustend ziektebeeld.

Bron: Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie.

 

Lees verder op de website van het Kenniscentrum:

Borderline persoonlijkheidsstoornis bij kinderen en adolescenten.

 

Lees verder op de website van het Britse National Institute for Health and Care Excellence (NICE):

Borderline personality disorder: recognition and management
Clinical guideline CG78