Vanuit de sector is kritisch gereageerd op het rapport De jeugd-ggz na de Jeugdwet: een onderzoek naar knelpunten en kansen. "Dat het perspectief van kinderen en ouders vrijwel ontbreekt in het onderzoek", is de meest prangende van zes harde punten van kritiek in een brief die het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP) namens tien vooraanstaande jeugd-ggz-organisaties stuurde aan de Tweede Kamer.

Het NIP stelt dat ouders en kinderen, maar ook huisartsen, de jeugdgezondheidszorg, kinderartsen en andere medisch specialisten gehoord hadden moeten worden.

Specialistische jeugd-ggz onderbelicht
Dat het rapport de jeugd-ggz beticht te veel als aparte sector te opereren, wordt door het NIP juist als een voordeel benoemd, namelijk "dat de jeugd-ggz als aparte sector het mogelijk maakt het vak verder te ontwikkelen en de samenwerking met anderen te zoeken." Ook zouden de onderzoekers het belang van veelvoorkomende specialistische jeugd-ggz (zoals jeugdpsychotherapie) hebben onderbelicht. Het NIP vraagt aandacht voor de hoge administratieve lasten, de wachttijden en aanbestedingsperikelen en bepleit een gezonde arbeidsmarkt met eerlijke tarieven en ruimte voor beroepstrots.

Onderzoek
Om het onderzoek 'De jeugd-ggz na de Jeugdwet' was gevraagd door de Tweede Kamer na de eerste evaluatie Jeugdwet. De jeugd-ggz was in die evaluatie onderbelicht gebleven. Het onderzoek werd mogelijk gemaakt door de overheid (ZonMw) en uitgevoerd door het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) en het onderzoeksbureau Nivel, beide gefinancierd door het ministerie van VWS. 
De brief van het NIP werd medeondertekend door de NVvP, BPSW, NVO, AJN, NVK, LVVP, MIND, GGZ Nederland en het Kenniscentrum kinder- en jeugdpsychiatrie. De VKJP heeft nog niet gereageerd op het onderzoek.

Lees het rapport De jeugd-ggz na de Jeugdwet: een onderzoek naar knelpunten en kansen.
Lees
de volledige brief van het NIP namens tien organisaties.

Zie ook het dossier jeugdhulp van P3NL.